De eigenaar van Rhenus-Lub vertelt welke twee wereldprimeurs “Made in MG” het bedrijf heeft ontwikkeld en waarom de smeermiddelenproducent nu ook machines aanbiedt. Ook spreekt hij over het initiatief “Global Compact” van Kofi Annan.

Meneer Reiners, u presenteert morgen op de vakbeurs KSS in Stuttgart twee wereldprimeurs “Made in MG”. Welke zijn dat?

Dr. Max Reiners: Ten eerste hebben we een nieuw koelsmeermiddel onder de naam “rhenus FU 800” ontwikkeld. Dit levert duidelijk betere prestaties dan vergelijkbare stoffen, maar bevat tegelijkertijd geen schadelijke stoffen. De achtergrond hiervoor is dat vanaf juni een nieuwe etiketteringsplicht geldt, die alle chemicaliën betreft en veel uitgebreider uitvalt als de vorige. Ons nieuwe koelsmeermiddel wordt echter zonder amines, boorzuurtoevoegingen of formaldehyde voor conservering vervaardigd. Daarom valt het niet onder de nieuwe etiketteringsplicht. Dit product heeft dan ook zeer goede kansen op de markt.

En de tweede primeur?

Reiners: Bij de tweede wereldprimeur gaat het om het diagnoseapparaat “Fluid Safe”, een soort mobiel testlaboratorium, dat het bacteriëngehalte bij de toepassing van koelsmeermiddelen controleert en de gebruiker direct laat zien hoe hoog dat bacteriëngehalte is. In de branche is dat volledig nieuw. Tot u toe moesten monsters worden genomen en opgestuurd. Dat kostte natuurlijk veel meer tijd en heeft in verschillende gevallen tot aanzienlijke productie-uitval geleid. “FluidSafe” wordt een succesmodel, de vraag is nu al zeer groot. De ontwikkeling heeft ons vijf jaar gekost. We gaan deze apparaten echter niet verkopen, maar uitsluitend verhuren.

Wilt u daarmee het geheim achter deze “wondermachine” bewaren?

Reiners: Precies. De knowhow die in deze doos zit, is uniek en moet bedrijfsgeheim blijven. Het apparaat wordt ook door een bedrijf uit Mönchengladbach gefabriceerd.

Eind 2014 is met uw geld de speelplaats Dahlener End in Mönchengladbach opgeknapt, “Corporate Social Responsibility” is traditie bij Rhenus. Wat kan een bedrijf daarmee bereiken?

Reiners: Bij het werven van nieuwe medewerkers gaat het ook om de vraag welke rol een potentiële werkgever in de stad wil spelen. Voelt mijn gezin zich daar thuis? Is het een onderneming die alleen “neemt” of heeft het bedrijf ook iets te “geven”? Zelfs in gesprekken met klanten spelen dergelijke thema’s een steeds grotere rol.

Wat hebben Kofi Annan en zijn initiatief “Global Compact” daarmee te maken?

Reiners: Ik heb Kofi Annan in 2010 ontmoet. Hij heeft me toen over dit initiatief verteld, dat als doel heeft het bevorderen van de mensenrechten. Sinds 2011 hebben we de verplichting op ons genomen om ons aan tien principes te houden, op de gebieden mensenrechten, rechten van werknemers, milieubescherming en corruptiebestrijding. Daarom controleren we bijvoorbeeld heel precies met welke landen we wel en geen zaken doen.

Is het de bedoeling om het bedrijf op een bepaald moment aan een van uw kinderen over te dragen?

Reiners: De hoop op opvolging binnen de familie bestaat, zeker. Rhenus Lub is een familiebedrijf en moet dat blijven.

Wordt het steeds moeilijker om geschikte vakmensen te vinden?

Reiners: De demografische factor heeft met volle kracht toegeslagen. Medewerkers met een technische achtergrond vinden en deze ervan overtuigen om naar ons bedrijf over te stappen, is en blijft erg moeilijk. Ingenieurs hebben we het liefst, pure verkopers zijn bij ons echter minder op hun plaats.

Wat vindt u van de ontwikkeling van Mönchengladbach – Minto, Rheydter City, Nordpark, Regiopark?

Reiners: In vergelijking met de afgelopen 25 jaar heeft Gladbach zich zeer positief ontwikkeld. Het gaat nauw samen. Als ondernemer voel ik me welkom in de stad. De thema’s veiligheid, netheid en ook Borussia spelen een belangrijke rol. “Zachte standplaatsfactoren” zijn van doorslaggevend belang: voor het werven van nieuwe klanten, maar ook van nieuwe medewerkers.

Welke rol speelt het Minto?

Reiners: Het Minto vergroot de aantrekkingskracht van de binnenstad direct en indirect, en daarnaast denk ik dat dit winkelcentrum ook een groot aantal neveneffecten biedt.

Welke verdere investeringen zijn er in de stad nodig om het prestatievermogen van de industrie te behouden?

Reiners: Alles bij elkaar zijn we zeer tevreden met de infrastructuur. De hogeschool is een belangrijke partner van ons bedrijf en blijft dat ook. Wij, als Rhenus Lub zelf, zijn van plan om een nieuwe oliefabriek naar het voorbeeld van onze vetfabriek bouwen. De investeringen voor dit nieuwe gebouw gaan in de tientallen miljoenen lopen. Uiterlijk in 2018 moet de nieuwe volautomatische fabriek in bedrijf zijn.

Morgen, op dinsdag, is winnares van de Nobelprijs voor de vrede Jody Williams te gast in de KFH, u bent beschermheer van de initiatiefkring. Waarom tonen zoveel ondernemers uit Mönchengladbach op deze manier hun betrokkenheid?

Reiners: Mönchengladbach is na Lindau de stad waar de meeste Nobelprijswinnaars te gast zijn geweest. Wij zijn blij dat we met de manager van MGMG, Peter Schlipköter, een zo betrokken “motor” voor dit initiatief hebben. Het is een serie presentaties die voorzetting verdient.

Wat staat ons met Jody Williams te wachten?

Reiners: Ze is een zeer levendige, uiterst competente Amerikaanse met Italiaanse wortels en een groot temperament. Als kind wilde ze paus worden, wat aangeeft dat ze altijd het hoogste wil bereiken. 1997 ontving ze voor haar inzet in de strijd voor het verbod op landmijnen de Nobelprijs van de vrede.

Dr. Max Reiners is eigenaar van het familiebedrijf Rhenus Lub uit Mönchengladbach. Zijn bedrijf produceert koelsmeermiddelen en smeervetten en biedt verder de service “Fluid Management” aan. “FluidSafe” heet de wereldprimeur die Rhenus Lub morgen in Stuttgart voor het eerst presenteert.